Vogelonderzoek

Een belangrijk onderscheid in het onderzoek naar vogels betreft enerzijds de broedvogels en anderzijds de water- en wintervogels. Broedvogels leven over het algemeen van elkaar gescheiden in paren en bakenen per paar een gebied af waarin zij foerageren en rusten. Voor koloniebroeders ligt dit natuurlijk anders. Bij water- en wintervogels gaat het om vogels die hun broedgebieden verlaten hebben en kunnen samenclusteren in grote aantallen. Territoriumgedrag is niet belangrijk, maar het onderscheiden van slaap- en foerageergebieden wel. Het tellen van grote aantallen vogels en het onderscheiden van diverse op elkaar lijkende soorten kan watervogeltellingen lastig maken.


Broedvogelonderzoek

In 2021 wordt een broedvogelonderzoek uitgevoerd volgens de BMP-methode (BMP=Broedvogel Monitoring Project) van SOVON. De focus ligt op de aanwezigheid van broedvogels langs wegen en paden met verschillende verstoringsgraad rond Altena in de kop van Drenthe. Daarnaast wordt geïnventariseerd welk deel van het aanwezige gras- en akkerland door broedvogels wordt gebruikt. Op deze wijze ontstaat er een beeld van het belang van het huidige agrarische cultuurlandschap voor broedvogels. Erven en natuurbosjes worden buiten beschouwing gelaten. Dit onderzoek zou eerder plaatsvinden in 2019, maar moest toen worden afgebroken. Nagegaan wordt of een deel van de resultaten nog kunnen worden gebruikt. Gegevens voor het hele gebied rond Altena zijn beschikbaar vanuit de eerdere inventarisatie uit 2012 en uit het Atlasproject van SOVON (2013-2015).

In 2020 zijn de broedvogels van het buurtschap Altena geïnventariseerd. Over het algemeen zijn de dichtheden laag in vergelijking met de Vogelatlas van Nederland (SOVON 2018). Alleen voor de Huismus is de dichtheid hoog. Merel, Koolmees, Pimpelmees en Turkse tortel hebben een gemiddelde dichtheid. Zanglijster en Winterkoning zijn mogelijk onderteld waardoor ze in lage dichtheid in plaats van een gemiddelde dichtheid broeden. Gaai en Ekster broeden waarschijnlijk bij voorkeur in het groen van Altena, terwijl Zwarte kraai er juist minder broedt dan verwacht. Ook de dichtheid van de Grote bonte specht is erg laag, mogelijk samenhangend met een tekort aan nestbomen of met verstoringsgevoeligheid. Nesten van Huiszwaluw zijn niet vastgesteld, waarmee de soort uit Altena verdwenen lijkt te zijn.

Andere broedvogelinventarisaties betreffen de Grenskade en Waterbuffer Noord Bargerveen (2017), Deurzerdiep/Drentsche Aa (2015), Ellersinghuizerveld/Sellingen (2013), Marnewaard (2011-2015), graslanden Aduarderdiep (2008) en Eelderbaan Groningen (2007). Specifieke inventarisaties betreffen de Steenuil (Epe, 2014) en Ransuil (Park Selwerd Groningen, 2014). Bij diverse projecten zijn Gierzwaluw en Huismus geïnventariseerd.

Kuifeenden bij de spuisluizen van Kornwerderzand, voordat er sterke stromingseffecten optreden.

Watervogelonderzoek

In de periode 2004-2015 zijn watervogeltellingen uitgevoerd in de Lettelberter bergboezem (nabij Leekstermeergebied) als vrijwilliger van het Groninger Landschap. Een specifiek watervogelproject betrof de vraag of watervogels met de sterke stroom worden meegesleurd bij de spuisluizen van Kornwerderzand in de Afsluitdijk. De aantallen watervogels werden tijdens drie bezoeken geteld op verschillende afstanden van de spuisluis en het gedrag (duiken, rusten, etc) werd genoteerd. De meeste vogels worden door de stroom meegevoerd, maar vliegen vlakbij de spuisluis op om verder op het IJsselmeer weer te landen.


Zandplas waarin nog een wak aanwezig is en waar de ganzen samendrommen.

Watervogels kunnen verder een rol spelen in diverse projecten, zoals in een bezinkvijver of een zandwinplas. Zandplassen zijn belangrijk als slaapplek voor ganzen. Vaak zijn grote groepen rustende ganzen alleen 's nachts aanwezig, waardoor ze gemakkelijk gemist kunnen worden. Het beste moment om ze te tellen is voor zonsopgang, als ze in groepen de plas verlaten.