Natuurspeelplekken en groene schoolpleinen (09-11-2016)

Een groene inrichting van de buitenruimte is goed voor de gezondheid.

De uitdaging is om deze zo in te richten, dat zowel mens als natuur daarvan profiteren. Samen met Ecoplan (http://www.ecoplan.nl/inhoud/natuurspeelbos/natuurspeelbos.htm) hebben we een natuurspeelbos ontworpen bij Oss. Bij het ontwerp nemen we de opbouw van het terrein als uitgangspunt. De speelvoorzieningen die we er aanbrengen, zijn ondergeschikt aan de beleving van het terrein en aanvullend om het spelen in de natuur te stimuleren. Met het veranderen van de politieke verhoudingen is ook het plan aangepast en wordt momenteel door een ander bedrijf uitgevoerd. Het oorspronkelijke ontwerp is nog wel te herkennen, maar een groot speeltoestel is nu de trekker om kinderen naar het gebied te trekken. De verwachting is dat dit speelbos in 2017 wordt geopend.

Uit onderzoek van Alterra (De Vries et al. 2013) blijkt dat een vergroot en groen heringericht schoolplein door veel kinderen als een vooruitgang wordt ervaren. Op korte termijn kan vergroening al tot een verbetering van het sociale klimaat op het plein leiden (minder ruzies, minder pesten) en op langere termijn ook het welzijn van het kind meer in het algemeen versterken. Belangrijk aandachtspunt is dat de populaire speelmogelijkheden van het oude plein niet (zomaar) kunnen vervallen en dat er realistische verwachtingen worden geschapen (met het oog op bijvoorbeeld budgetten). Bij voorkeur worden kinderen betrokken bij het ontwerp. Het vergroenen van schoolpleinen draagt bij aan de variatie in het aanbod van spelaanleidingen.

Met het vergroenen van scholen en schoolpleinen dragen scholen ook bij aan duurzaam gebruik van de ruimte. Een afname aan verharding betekent dat regenwater beter in de bodem infiltreert en daardoor de riolen minder worden belast. Groene daken dragen bij aan leefgebied voor planten, insecten en andere dieren en dat water langer wordt vastgehouden, waardoor ook de piekbelasting van riolen wordt verminderd. In de zomer hebben groendaken een koelend effect. In en aan schoolgebouwen kunnen de verblijfsmogelijkheden voor vogels en vleermuizen worden vergroot. Wanneer regenwater kan worden opgevangen in wadi’s of poelen, kan ook leefgebied voor amfibieën en vissen worden ontwikkeld. Door een uitgekiend ontwerp van grasveld, struiken en bomen kan de biodiversiteit van scholen en schoolpleinen sterk toenemen.



Bomen over bomen (13-09-2012)

Kappen van bomen is een kwestie van beeldvorming
Het kappen van een boom is een radicale ingreep. Een boom die er tientallen jaren over heeft gedaan om groot te worden, wordt van het ene op het andere moment omgezaagd. Er blijft een kale plek over. Vaak wordt er niet één boom, maar een hele groep bomen omgezaagd. Daarmee verandert het beeld van de (vertrouwde) omgeving ingrijpend.

Het kappen van bomen is in Nederland aan regels gebonden. Enerzijds worden er regels gesteld door de gemeente in de APV of in een kapverordening. Anderzijds is er de Boswet. Sommige bomen zijn echter bijna vogelvrij, bijvoorbeeld als de gemeente geen regels heeft gesteld voor het buitengebied en de Boswet niet van toepassing is.

Ook als de regels duidelijk zijn en worden nagevolgd, kan de kap van bomen heftige emoties oproepen. Sommige bestuurders kiezen ervoor om het publiek voor een voldongen feit te stellen en kappen de bomen, voordat tegenstanders zich voldoende georganiseerd hebben. Anderen stellen klankbordgroepen in om het proces te begeleiden.

Wie het publiek laat meepraten, loopt tegen de uitdaging aan om de (onvermijdelijke) bomenkap zo uit te voeren, dat er voldoende draagvlak voor ontstaat. Een voorbeeld is een bomenlaan die aan het aftakelen is. De keus is dan vaak tussen het geleidelijk kappen van (gevaarlijke) bomen en het leeg laten van de open plekken of het in één keer kappen en opnieuw aanplanten van de laan.

Onregelmatige eikenlaan

Het opnieuw aanplanten van een laan levert een totaal ander beeld op dan het beeld voor de kap van de oude laan. Waar de bomen in de oude laan nog wel verspringen, ongelijke tussenafstanden hebben en verschillen in grootte, zijn nieuwe lanen kaarsrecht en regelmatig. Maar juist deze eigenschap van lanen, kortgezegd de rechtlijnigheid maakt de laan kwetsbaar voor toekomstige uitval van bomen. Een gat in een bomenrij valt op als alle tussenafstanden gelijk zijn.

Een klankbordgroep kan meerwaarde hebben als de kwaliteiten van de oorspronkelijke laan worden beschreven. Zoals iemand zei: "Het zijn de dikke jongens die het beeld bepalen". Bij totale vervanging ben je alle "grote jongens" kwijt. Daarnaast kan een klankbordgroep kritische vragen stellen. Zo zijn niet alle ervaringen met het opvullen van open plekken goed. Dat is echter geen algemene waarheid, maar sterk afhankelijk van grondsoort, boomsoort en grootte van de open plek. Het gevaar bestaat dat ook voor laanbomen bosbouwproductienormen worden gebruikt, waardoor de nieuwe boom op de open plek het natuurlijk nooit goed genoeg zal doen. Een laanboom heeft uiteraard geen productiefunctie.

Als we een laan terugbrengen naar zijn essentie, dan zijn er twee functies. Enerzijds is er de functie dat bomen schaduw bieden en de wind breken. Anderzijds is er de functie van zichtlijn, waarbij de bomen de blik van de kijker naar een bepaald punt in de verte begeleiden. Daaraan kunnen we nog toevoegen dat een bepaalde regelmaat de laan een karakter geeft. Uitgaande van deze functies en principes is er veel meer creativiteit mogelijk ten aanzien van oude, aftakelende lanen, dan nu vaak tentoon gespreid wordt. Beeldvorming en daarmee samenhangend communicatie is essentieel voor een gedragen uitvoering



Beekherstel (24-11-2010)

"Beekherstel door hermeandering is vaak minder succesvol dan verwacht."

Stowa bericht over onderzoek naar beekherstel (november 2010). “Een kronkelende beek ziet er weliswaar mooier uit dan een rechte, maar gewenste effecten als een betere waterhuishouding en meer biodiversiteit worden veelal niet bereikt.

Een van de oorzaken is dat de schaal waarop hermeandering plaatsvindt te klein is. De natuurlijke processen krijgen onvoldoende ruimte en de meanders liggen te geïsoleerd voor de soorten die daar thuishoren. Alleen de waterloop wordt aangepast, maar niet de breedte – de ruimte voor de beekdalen is vaak te smal en de beken te diep. Een gezonde, natuurlijke beek heeft een gedempte afvoerdynamiek. Er is ruimte nodig voor inundatie, zodat de piekafvoer niet te groot is.”

 

In een natuurlijk beekdal is er - daar waar het dal breed genoeg is - naast een hoofdstroom een heel patroon van al dan niet afgesneden meanders en moerassige plaatsen. Door de jaarlijkse dynamiek van de beek is het patroon veranderlijk en blijft de biotoopvariatie in stand.

Plaatsen met (bijna) stilstaand water zijn belangrijk in combinatie met stromend water. Bij een hermeanderingsproject in Noord-Brabant (de Keersop, RAVON 36 juni 2010) ontstonden Liesgrasvelden die hoge aantallen van de Beekprik bevatten. Voor de onderzoekers was dit opmerkelijk, omdat de Beekprik niet bekend was voor dit biotoop. In de Nederlandse situatie zijn veel stromende beken diep ingesneden in het land en ontbreken veel natuurlijke biotopen. Een dergelijke ontdekking ondersteund het feit dat herstel van natuurlijke systemen met veel variatie de biodiversiteit op lange termijn kan waarborgen.