Effecten van menselijke verstoring op vogels (03-02-2016)

In het kader van de natuurwetgeving worden de effecten van de voorgenomen activiteiten op de dieren in de omgeving ingeschat.
Er is ten opzichte van andere diergroepen veel onderzoek gedaan naar de effecten van menselijke verstoring op vogels.

In principe beïnvloedt menselijke aanwezigheid de mogelijkheden van dieren om belangrijke hulpbronnen te benutten. Verstoring kan direct de toegang tot voedsel, nest- en rustplekken beperken, doordat dieren de gebieden vermijden waar mensen aanwezig zijn. Indirect kan de menselijke aanwezigheid de kwaliteit van het leefgebied beïnvloeden, doordat de aanwezigheid van mensen bijvoorbeeld de aanwezigheid van prooidieren beperkt.

         
Verbreding van een voetpad tot een breed rijspoor met rijplaten binnen het territorium van een Grasmus. Geen direct nestverlies maar verstoring had beperkt kunnen worden door de aanleg (graafwerk, verwijderen ruigte en struweel) buiten de broedperiode uit te voeren.

Jennifer Gill beschrijft drie benaderingen waarop onderzoek naar de effecten van menselijke verstoring op vogels plaatsvindt (“Approaches to measuring the effects of human disturbance on birds”, Ibis (2007) 149:9-14), gebaseerd op:
1.    de effecten van verstoring op het terreingebruik;
2.    de effecten op overleving en broedsucces;
3.    de dichtheidsafhankelijke effecten die ontstaan als gevolg van het veranderde terreingebruik.

1.    De effecten van verstoring op het terreingebruik.
Deze benadering gaat uit van het gebied waarin de verstoring optreedt. Door vergelijking van verstoorde met niet-verstoorde situaties wordt informatie verkregen over de verspreiding en het gedrag als gevolg van menselijke aanwezigheid. Het blijkt dat broedende vogels fysiologische stress ervaren bij verstoring van hun nest, hoewel deze stress respons kan verminderen door gewenning.


Oever met daarin het nest van een Meerkoet (2 eieren) langs een drukke straat, 6 meter vanaf de stoep. Het nest is een paar dagen later leeg en verlaten (waarschijnlijk predatie). Als alleen de afstand tot de weg in beschouwing wordt genomen, zou men kunnen concluderen dat de soort weinig verstoringsgevoelig is. Logischer is dat de Meerkoet bereid is een hoge prijs te betalen voor het broedterritorium en de verstoring verdraagt.

2.    De effecten op overleving en broedsucces
Deze benadering is gericht op het kwantificeren van de kosten die vogels maken als gevolg van verstoring. Vogels die energie kwijt raken als gevolg van verstoring, kunnen die energie niet steken in overleving en voortplanting, waardoor het uiteindelijk zo kan zijn dat ze minder nakomelingen voortbrengen. Gedragsresponsen zijn altijd contextafhankelijk. Individuele responsen op menselijke aanwezigheid hangen af van de trade-offs die individuen ervaren. Een trade-off is bijvoorbeeld dat een vogel in het verstoorde gebied blijft, omdat daar meer voedsel is dan in het alternatief zonder verstoring. Een vogel kan buiten de broedperiode als reactie op verstoring wegvliegen uit zijn gebied, maar wanneer hij een nest heeft, zijn de kosten te hoog (investering nest) om weg te vliegen. Uit het schaarse onderzoek dat volgens deze benadering is verricht, blijken bijvoorbeeld ganzen die in de winter actief worden verjaagd minder vet waren en in de volgende winter met minder nakomelingen terugkwamen dan ganzen uit niet verstoorde situaties.

3.    De dichtheidsafhankelijke effecten als gevolg van veranderd terreingebruik
De eerste twee benaderingen richten zich op de gevolgen voor individuele vogels. De derde benadering richt zich op lokale populaties.  In gevallen waarin vogels op verstoring reageren door zich anders over het terrein te verspreiden, is de vraag of de plaatselijk toegenomen dichtheden aan vogels resulteren in een afgenomen gemiddelde overleving en reproductievermogen. Voor de weinige soorten waarnaar onderzoek is gedaan, was verplaatsing negatief: voor bijvoorbeeld bontbekplevieren konden negatieve effecten op populatieniveau optreden als ze in territoria van slechtere kwaliteit terechtkwamen, waardoor het broedresultaat per broedpaar daalde.

In de huidige wetgeving is verstoring van broedende vogels verboden. Eén wandelaar is al voldoende om een broedende vogel te verstoren. Verstoring door activiteiten tijdens de broedperiode is daarom meestal wel aan de orde. De vraag is dan ook niet of er verstoring plaatsvindt, maar in welke mate verstoring plaatsvindt en welke verstoring er wel of niet acceptabel is. In de praktijk geeft uitvoering van activiteiten buiten de broedperiode de (meeste) garantie dat er geen verstoring plaatsvindt. Wanneer men tijdens de broedperiode werkt, is het van belang dat voorkomen wordt dat er vogels gaan broeden op de plek waar er gewerkt wordt. Vogels die in de omgeving broeden, kunnen dan wel hinder ondervinden door de uitstraling van bijvoorbeeld geluid vanaf een bouwplaats. Met de nieuwe Wet Natuurbescherming komen wetgeving en praktijk hier dichterbij elkaar. Wel geldt het criterium dat lokale populaties niet achteruit mogen gaan als gevolg van de verstoring.



Egypte (05-02-2013)

Flora en fauna in de Friese Wouden
Egypte is een buurtschapje in de Noordelijke Friese Wouden. De oorspronkelijke beslotenheid is nog deels aanwezig in elzensingels en meidoornheggen. Deze groene elementen zijn van groot belang voor allerlei diersoorten, zoals vogels, zoogdieren en amfibieën. De echte bijzonderheden zijn echter verdwenen, samenhangend met de lange tijd dat het gebied al in cultuur is.

Elzensingel met een ondergroei van braam, stekelvarens en brandnetels.

Gekoppeld aan een ecologische quickscan wordt in de meeste gevallen een (vrijblijvend) advies aan de opdrachtgever gegeven, om zijn project te combineren met het versterken van de ecologische waarden. Bijvoorbeeld in de vorm van het aanleggen van poelen, aanplanten van heggen en singels met een gevarieerde samenstelling.

Meidoornheg en knotels



IJburg (31-12-2012)

IJburg testcase voor natuurwetgeving

IJburg bestaat uit verschillende eilanden die opgespoten zijn in het IJmeer. Het IJmeer is een relatief ondiep deel van de voormalige Zuiderzee met een goede waterkwaliteit. Een toenemend probleem is dat het IJmeer slib invangt, wat een bedreiging is voor de waterkwaliteit en de daarin levende planten en dieren.


IJburg vanaf de Diemervijfhoek

 

De Diemerzeedijk ten zuiden van IJburg is de grens met het “oude land”. Hier liggen ook het Diemerpark, een park op een voormalige vuilstort en de Diemervijfhoek, een voormalig werkeiland.


Diemerzeedijk

De Diemerzeedijk schakelt verschillende gebieden aan elkaar. Het is een belangrijk kerngebied voor de Ringslang. De oevers van IJburg kunnen zich op termijn zo ontwikkelen, dat ook daar een doorgaand ringslangbiotoop ontstaat.

 

IJburg vanuit het Diemerpark gezien

Het Diemerpark is bijzonder vanwege de bloemrijke vegetatie die zich er heeft ontwikkeld. O.a. het Bruin blauwtje (dagvlinder) heeft hier een populatie.

 

Diemervijfhoek

De Diemervijfhoek is rijk aan vogels, mede doordat het gebied wat ontoegankelijker is.


Ten noordoosten van het bestaande en in ontwikkeling zijnde IJburg wordt de realisatie van IJburg II voorzien. De wateren rond IJburg zijn ingericht op het gebruik door boten.  In de behoefte aan boten van IJburg I is nog lang niet voorzien. Het IJmeer kan de huidige drukte van boten niet aan. Nu al is de verstoring van beschermde natuurwaarden groter dan acceptabel. Daarom is er een stop op de aanleg van ligplaatsen bij IJburg I en dreigt IJburg II zonder ligplaatsen te worden aangelegd. Wie naar IJburg komt, om aan het water te wonen, mag verwachten dat hij of zij er ook een boot kwijt kan. De enige manier waarop mensen en natuur hier zouden kunnen samengaan, is het fysiek ontoegankelijk maken van de oeverzones en grotere wateroppervlakken buiten de vaargeulen. Daarnaast lijkt toezicht onvermijdelijk, om rustige delen storingsarm te houden.



Voortoets Natura2000 (02-01-2012)

In 2011 heeft Vos Ecologisch Onderzoek 2 keer een uitgebreide Voortoets uitgevoerd voor de Natuurbeschermingswet.

Voor de uitbreiding van het opleidingscentrum Heidebeek nabij Heerde lag de nadruk op de mogelijke verstoring van broedvogels van Natura2000-gebied Veluwe. De locatie ligt aan de grens van het Natura2000-gebied en zowel activiteiten op de locatie als uitloop van de bewoners en bezoekers zouden verstoring kunnen veroorzaken. Toename van stikstofdepositie door een toename van verkeer werd er gecompenseerd door het buiten gebruik nemen van een maisakker op de locatie. Op basis van het gebruik van het opleidingscentrum wordt een toename van verstoring  van de Veluwe verwaarloosbaar geacht.

Op het terrein van aardappelmeelverwerker Rixona in Warffum is een co-vergister in voorbereiding. Dit is een vergistingsinstallatie waarin voor maximaal de helft mest wordt vergist (van de initiatiefnemers), aangevuld met plantaardig materiaal (reststromen van Rixona en andere partijen). Meer informatie over co-vergisting is te vinden op www.ekwadraat.com. Op 3 kilometer afstand ligt de Waddenzee. Met een model is in kaart gebracht hoe stikstof en fosfaat zich verspreiden en tot welke deposities dit leidt in verschillende kwetsbare habitats in de Waddenzee. Deze depositiewaarden zijn afgezet tegen de bekende achtergronddepositie van de stoffen en de kritische depositiewaarden van de habitats. Op basis van de gevonden waarden wordt aantasting van de Waddenzee door de co-vergister uitgesloten.



Herontwikkeling busstation Bolsward (01-01-2012)

In Bolsward heeft ecologisch onderzoek plaatsgevonden in het kader van de herontwikkeling van de Arriva-locatie.
Deze locatie ligt direct aan de oostzijde van het stadscentrum van Bolsward. Vroeger kwam de tram hier aan. Daarvan is de tramremise nog over. Daarna is het lang een busstation geweest. Om de zware bussen uit het centrum te weren, wordt voor de bussen een nieuwe locatie in gebruik genomen. De oude locatie is door zijn strategische ligging aantrekkelijk voor de bouw van winkels en appartementen.

Uitzicht op het busstation
Het busstation met het stadscentrum op de achtergrond

Bij de herontwikkeling wordt het achterliggende terrein betrokken: een campingveld en een bomenlaan. Een deel van de bomen moet bovendien worden gekapt omdat ze op een gasleiding groeien. Bij het ecologisch onderzoek zijn de sloop van de tramremise en het verdwijnen van het groen belangrijke aandachtspunten met het oog op beschermde diersoorten. Naast het ecologisch onderzoek zijn alle bomen geinventariseerd in het kader van de kapverordening.


Het campingterrein met omringend groen



Vleermuisonderzoek (30-11-2010)

Opsporen van vleermuizen.
Vleermuizen zijn een onopvallende diergroep. Ze jagen in het donker. Overdag zitten ze op donkere plekjes in holle bomen, huizen en gebouwen en andere bouwwerken. Ze zitten in woonhuizen zonder dat mensen het door hebben. Ze gebruiken vaak watergangen of singels als vliegroute.

Door hun onopvallende leefwijze zijn vleermuizen kwetsbaar. Voortplantings- en overwinteringsplekken kunnen verdwijnen door sloop of verbouwingen. Vliegroutes kunnen doorbroken worden, zodat ze hun voedselgebieden niet meer kunnen bereiken. Daarom zijn alle vleermuizen in Nederland streng beschermd door de Flora- en faunawet.


Vleermuisonderzoek wordt op verschillende momenten in het jaar uitgevoerd. In het voorjaar wordt onderzoek gedaan naar voortplantingsplekken. In het najaar wordt onderzoek gedaan naar overwinteringsplekken. Tijdens de winter is onderzoek niet mogelijk. Om geen vertraging op te lopen, zal een ecologisch onderzoek dus geen sluitstuk kunnen zijn van planvorming.


Vos Ecologisch Onderzoek voert vleermuisonderzoeken uit, adviseert over mitigatie en compensatie en kan helpen bij ontheffingsprocedures. Zulke projecten zijn bijvoorbeeld uitgevoerd in Delfzijl, Groningen en Marknesse. Voor complexe en grote projecten wordt samengewerkt met specialisten.



Bloemrijke hooilanden (30-05-2009)

Ontwikkelen van botanische soortenrijkdom


Vanuit de (Provinciale) Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (P)SAN is er een aantal beheerpakketten dat specifiek gericht is op de ontwikkeling en instandhouding van botanische waarden in het cultuurlandschap. Daarbij kan gedacht worden aan kruidenrijk grasland, bont hooiland en bonte hooiweide, waarin men het beheer voert in de vorm van maaien en afvoeren van het maaisel, eventueel in combinatie met nabeweiding.

In de avond gefotografeerd hooiland met o.a. Centaurea nigra, Galium palustre, Myosotis palustris, Thalictrum flavum, Lotus corniculatus, Ranunculus acris en Silaum silaus

Vroeger waren bloemrijke hooilanden heel gewoon. Vaak werden graslanden op afstand van de boerderij gebruikt als hooiland: made-, oever- en boezemlanden. Deze graslanden waren bloemrijk onder invloed van natuurlijke processen in combinatie met het constante gebruik als hooiland. Herstel van dergelijke graslanden is een zaak van lange adem. In Nederland is de natuurlijke waterhuishouding echter kapot en de bereidheid om op gebiedsniveau te komen tot herstel is klein.

Om te komen tot een bloemrijk hooiland vanuit een sterk bemest grasland, zal de productie omlaag moeten. Plantensoorten moeten zich steeds opnieuw kunnen vestigen. Wanneer de productie te hoog is, komt er weinig licht op de bodem en groeien open plekken snel dicht. Open plekken waar planten zich kunnen vestigen, ontstaan waar grazers lopen, hun mest deponeren, door activiteit van mollen en muizen, waar langdurig water stagneert, etc.

Dienst Regelingen controleert (P)SAN-pakketten door het aantal plantensoorten per 25m2-vak te tellen in hooilandpercelen. De actuele situatie kan wel eens minder beheersbaar zijn en het soortenaantal achterblijven bij het streefgetal, ondanks het gevoerde beheer. Wordt er voldoende meegewogen dat een dergelijk beheer ook positief uitwerkt op slootranden, oppervlaktewater en de wijdere omgeving?

Met het maaien verdwijnt de vegetatie, hetgeen voor de kleine fauna catastrofaal is. Gefaseerd maaien, waarbij 10 à 20 % van het gewas blijft staan, kan de gevolgen voor de kleine fauna sterk verbeteren, doordat de sterfte verlaagd wordt en gemaaide delen sneller geherkoloniseerd kunnen worden.



Amfibieën en bosomvorming (08-04-2008)

Amfibieën en bosomvorming

Op het Herperduin heeft bosomvorming plaatsgevonden. Voor werkzaamheden in het kader van bosbeheer geldt de Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer. Als gevolg van protesten is de bosomvorming stilgelegd. Na een jaar is besloten tot opruimen van liggende stammen om het publiek tegemoet te komen. De opruimwerkzaamheden vallen niet onder bosbeheer en daarom moet er nu ontheffing aangevraagd worden in verband met de aanwezigheid van de kamsalamander. Een situatie moeilijk te begrijpen is voor het publiek: "ze mogen wel ons bos slopen, maar nu ze dat ongedaan maken mag het niet vanwege de Flora en faunawet". Gelukkig was een fasering mogelijk, omdat de kamsalamander niet overal in het op te ruimen gebied voorkwam. De eerste fase van het opruimen is deze week waarschijnlijk klaar. De tweede fase waarvoor ontheffing nodig is, vindt naar verwachting in het najaar plaats.