Eemshaven (13-09-2016)

Op opgespoten terreinen in de Eemshaven ontwikkelen zich vaak duinvegetaties.

In de afgelopen jaren zijn er  veel bedrijven gekomen die te maken hebben met energieproductie. De ontwikkeling van de terreinen leidde ertoe dat er soms natuurcompensatie moest plaatsvinden wegens de aanwezigheid van streng beschermde soorten als groenknolorchis en waterspitsmuis.

In december 2014 heb ik een opgespoten terrein geïnventariseerd in het kader van de natuurwetgeving. Dit is laat in het seizoen, maar omdat er niet gemaaid wordt, zijn (uitgebloeide) orchideeën  en andere belangwekkende soorten nog te vinden. De vegetatie bevatte veel soorten van de associatie van strandduizendguldenkruid en krielparnassia. In een dergelijke vegetatie kunnen na verloop van tijd orchideeën voorkomen. Er was twijfel of dit terrein vochtig genoeg zou zijn, maar het is bekend van de Eemshaven dat deze ontwikkeling op opgespoten terreinen vaak optreedt. Inmiddels groeit het terrein sterk dicht met bloemrijke vegetatie van wilde peen en teunisbloem. Duindoorn breidt zich er uit. Daarmee lijkt de ontwikkeling de “droge kant” op te gaan. Echter juist in de schaduw van duindoornstruweel kan het microklimaat weer vochtiger zijn. Een ontwikkeling om in de gaten te houden.



Broedvogelmonitoring Marnewaard (31-12-2015)

Op de terreinen van defensie zijn vaak hoge natuurwaarden aanwezig.
In het voorjaar van 2011 t/m 2015 zijn de broedvogels van de schietbaan in de Marnewaard (Lauwersmeer, Groningen) in kaart gebracht in het kader van meerjarige monitoring. Het totale terrein bestond uit open graslanden, plassen en sloten en bos.

Uitzicht op de grasvlakte van de schietbaan

Op de graslanden zijn elk jaar weidevogels aanwezig, met name Kievit, maar ook Tureluur en Veldleeuwerik. In de lager gelegen terreindelen groeien plantensoorten van vochtige duinvalleien. Het is bijzonder dat weidevogels hier elk jaar weer proberen te broeden, aangezien er veel predatoren in de omgeving van de schietbaan aanwezig zijn, zoals vos en buizerd.

De aangeplante bossen zijn arm aan structuur. Er komen algemene vogelsoorten voor.

Omgevallen boom die opnieuw is uitgelopen
Jong aangeplant bos. Een omgevallen boom is opnieuw uitgelopen, maar ook deze nieuwe stammen groeien min of meer in het gelid.

De spontaan begroeide gebiedsdelen zijn rijk aan struwelen, afgewisseld met rietveldjes en wat hogere bomen. Deze verschillen komen tot uiting in de broedvogelbevolking. In de struwelen komen allerlei zeldzame soorten voor, waarmee het Lauwersmeergebied zijn waarde als natuurgebied bewijst.

De watergangen vormen het leefgebied van Kleine karekiet en Krakeend. Het water is er brak en stinkt vaak.

Met de BMP-methode meet je de resultante van het schieten, predatie en verminderde dekking door strikt maaibeheer, fluctuerende voedselbeschikbaarheid door weersomstandigheden en drainage. Voor een verdiepingsslag zou het nodig zijn om de individuele nesten op te sporen en te volgen en controlegebieden te monitoren.



Stroomdalflora en begrazing (07-07-2014)

Op rivierduinen en zandige dijken kunnen bloemrijke graslanden voorkomen.
In de zomer van 2011 is de flora geïnventariseerd van enkele dijken in het dal van de Vecht.  De vegetatie van de dijken bestaat uit droge graslanden op zandgrond, maar er zijn allerlei overgangen naar glanshaverhooiland. Vaak bestaat de voet van de dijk uit glanshaverruigte, omdat deze nauwelijks gemaaid wordt. Noordhellingen zijn vochtiger, waardoor glanshaverhooiland meer kans krijgt. Een bredere dijk kent door zijn massa en dwarsprofiel minder uitspoeling en verdroging en heeft een minder gunstig microklimaat, waardoor glanshaverhooiland vaker de plaats inneemt van droog grasland. Naar de Vecht toe neemt het aandeel soorten van glanshaverhooiland toe. Slechts op een deel van de  dijken vindt begrazing door schapen plaats. Deze begrazing heeft een intensief karakter waarbij in korte tijd de gehele vegetatie wordt opgegeten. De rest van de dijken wordt gemaaid.

Steenanjer, kenmerkend voor het dal van de Vecht

Het dal van de Vecht staat bekend om zijn stroomdalflora. Het gaat om plantensoorten die min of meer aan het rivierengebied gebonden zijn. Op de rivierduinen langs de Vecht kwam de associatie van Schapengras en Tijm veel voor. In het dal van de Vecht komt daarin de Steenanjer voor. Het Junner koeland nabij Ommen is een voorbeeld van een rivierduinencomplex waar deze plantengemeenschap nog gevonden kan worden. De dynamiek van overstroming en sedimentatie die bij een natuurlijke rivier horen, is bepalend voor de vitaliteit van de populaties van stroomdalsoorten. Waar deze dynamiek weer deels hersteld wordt, zoals in de Gelderse poort bij Arnhem, blijken stroomdalsoorten te profiteren. Extensieve begrazing zorgt voor aanvullende dynamiek.

De overstromingsdynamiek in het dal van de Vecht is grotendeels verdwenen. Voor de vestiging van stroomdalplanten is met name vers afgezet sediment van belang. Op de dijken langs de Vecht en zijn zijtakken heeft een deel van de stroomdalflora zich kunnen vestigen. Zolang deze dijken voedselarm zijn, zullen jonge planten zich eenvoudig op open plekken kunnen kiemen. Door uitspoeling en luchtverontreiniging dreigen de dijken wel te verzuren. Door bemesting door grazers wordt de bodem gebufferd. Bovendien kunnen stroomdalplanten via de grazers over een groter gebied worden verspreid.

Langs de geïnventariseerde dijken werden nauwelijks stroomdalsoorten gevonden. Op een plaats waar een rivierduin is doorgraven was aan weerszijden een vegetatie van Zandzegge en Echt walstro aanwezig. Op een andere plek werd Knolboterbloem gevonden. Grote tijm, Steenanjer, Echt walstro, Kleine leeuwentand en Lange ereprijs waren op enkele plaatsen aanwezig.
Begrazing op de dijken zou een meer extensief en jaarrond karakter moeten hebben. Hoe groter het begraasde gebied, hoe beter. Daarbij moeten ook droge ruigtes kunnen ontstaan, waarvan een soort als de Lange ereprijs profiteert. Dit is ook van belang voor allerlei dieren. Voor begrazing hebben de koeien de voorkeur, vanwege de dynamiek. Dynamiek op de dijken botst echter met veiligheidscriteria waarbij een compacte zode gewenst is. Extensieve schapenbegrazing, aangevuld met maaien heeft als alternatief de voorkeur boven een hooilandbeheer.



Natuurbescherming buiten Natura2000 (29-06-2012)

Orchideeen in het Lauwersmeergebied

Een deel van het Lauwersmeergebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied (Natura2000), maar behalve vogels is het Lauwersmeergebied ook van groot belang voor planten en vegetatie. Hier ontwikkelt zich de begroeiing zonder dat er grote verstoring van  de bodem heeft plaatsgevonden. De natuurlijke bodemvariatie en -gradiënten zijn nog grotendeels intact: zoet en brak (zout), zand en klei, nat en droog, kalkrijk en kalkarm.

 

Op een aantal relatief zandige platen, zoals de Ballastplaat, de Rug en in de Marnewaard komen vegetaties voor van vochtige, kalkrijke duinvalleien. Deze vegetaties uit het Knopbiesverbond zijn van dusdanig belang, dat voor het overeenkomstige habitattype 2190 een behoudsdoelstelling is geformuleerd, aanvullend op de bescherming door de Vogelrichtlijn.

 

Vegetatie van vochtige, kalkrijke duinvalleien grenzend aan geklepelde dam

Vegetatie van vochtige, kalkrijke duinvalleien

 

Een groot deel van de kenmerkende soorten is aanwezig: Knopbies, Parnassia, Vleeskleurige orchis, Geelhartje, Bonte paardenstaart, Brede orchis, Moeraswespenorchis, Rondbladig wintergroen, Zilte zegge, Armbloemige waterbies, Honingorchis en Groenknolorchis.

Moeraswespenorchis

Moeraswespenorchis

 

 

Parnassia

Parnassia

 

In juni 2012 heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van streng beschermde soorten uit de Flora- en faunawet, zoals orchideeën en Parnassia. Buiten het Natura2000-gebied zijn bijzondere vegetaties slechts beschermd voor zover er streng beschermde soorten in voorkomen.

 

Vleeskleurige orchis

Vleeskleurige orchis

 

 

Rietorchis

Rietorchis, algemeen voorkomend in het Lauwersmeergebied



Vleermuisonderzoek (30-11-2010)

Opsporen van vleermuizen.
Vleermuizen zijn een onopvallende diergroep. Ze jagen in het donker. Overdag zitten ze op donkere plekjes in holle bomen, huizen en gebouwen en andere bouwwerken. Ze zitten in woonhuizen zonder dat mensen het door hebben. Ze gebruiken vaak watergangen of singels als vliegroute.

Door hun onopvallende leefwijze zijn vleermuizen kwetsbaar. Voortplantings- en overwinteringsplekken kunnen verdwijnen door sloop of verbouwingen. Vliegroutes kunnen doorbroken worden, zodat ze hun voedselgebieden niet meer kunnen bereiken. Daarom zijn alle vleermuizen in Nederland streng beschermd door de Flora- en faunawet.


Vleermuisonderzoek wordt op verschillende momenten in het jaar uitgevoerd. In het voorjaar wordt onderzoek gedaan naar voortplantingsplekken. In het najaar wordt onderzoek gedaan naar overwinteringsplekken. Tijdens de winter is onderzoek niet mogelijk. Om geen vertraging op te lopen, zal een ecologisch onderzoek dus geen sluitstuk kunnen zijn van planvorming.


Vos Ecologisch Onderzoek voert vleermuisonderzoeken uit, adviseert over mitigatie en compensatie en kan helpen bij ontheffingsprocedures. Zulke projecten zijn bijvoorbeeld uitgevoerd in Delfzijl, Groningen en Marknesse. Voor complexe en grote projecten wordt samengewerkt met specialisten.



Vijvers met Krabbenscheer en Waterdrieblad (01-01-2010)

Beschermen van verlandingsvegetaties in Vries.
Deze winter wordt een zestal vijvers gebaggerd in de woonwijk de Fledders in Vries. Voorafgaand heeft een ecologisch onderzoek plaatsgevonden. De waterkwaliteit in de vijvers is bijzonder. De vijvers zijn namelijk gegraven in de zandrug waarop Vries ligt. De vijvers verschillen in de mate van regenwater- en grondwaterinvloed en bemesting door watervogels en bladval.

Een van de vijvers bestaat uit een breed deel vol slib, blauwalg, enkele waterlelies en wat lisdodde langs de oever, maar loopt uit in een smalle uitloper die helemaal verland is, met Waterdrieblad, Wateraardbei, Snavelzegge en een enkele Slangenwortel. Deze soorten duiden op het mengen van regenwater en grondwater. Bemesting door watervogels en bladval kan in mindere mate positief zijn voor de waterkwaliteit, maar de grote populatie soepganzen en soepeenden en de bladval en beschaduwing door de bomen op de oevers werken hier negatief uit. De baggerwerkzaamheden zullen de waterkwaliteit positief beïnvloeden.

Een andere, rechthoekige vijver is voor een groot deel gevuld met Krabbenscheer en daartussen een enkele Grote boterbloem. Naar het zuiden toe neemt de vitaliteit van de Krabbenscheer af en aan de zuidkant resteert nog een ondiep water met een dikke laag slib en Klein kroos. Ook hier zal baggeren een positief effect hebben op de waterkwaliteit. De Krabbenscheer is in Nederland de belangrijkste plant voor de Groene glazenmaker (libel) om eitjes op af te zetten. De locatie lijkt erg geschikt, maar tot nu toe is daar nog geen populatie aanwezig. Bij het baggeren zal een deel van de Krabbenscheervegetatie worden ontzien, zodat deze soort zich weer snel kan uitbreiden.

Een derde, min of meer ovale vijver is rijk aan drijfbladplanten en ondergedoken waterplanten. Langs de oever is een metersbrede zone van Groot blaasjeskruid, die geel bloeit, en de Watergentiaan bloeit over het gehele oppervlak, ook met gele bloemen. Andere drijfbladplanten zijn Kikkerbeet en Gele plomp. Ook drijven op krabbenscheerplanten op een aantal plaatsen in het water. Onder water groeien Smalle waterpest, Kransvederkruid en Waterviolier. Tekenen van eutrofiering in deze vijver bestaan uit plukken flab, vrij drijvende algen die bij een verdere verslechtering van de waterkwaliteit alles kunnen bedekken.

Veel soorten in deze vijvers kunnen afkomstig zijn uit tuinvijvers, hierop wijst ook de aanwezigheid van Parelvederkruid en Moerashyacint. De vijvers zijn echter ook het bewijs dat nieuwe standplaatsen voor beschermde en bedreigde soorten te ontwikkelen zijn, mits de abiotische uitgangsomstandigheden goed zijn en de soorten die plaatsen ook kunnen bereiken



Onderzoek naar de boommarter (09-10-2007)

Boommarters koloniseren polders

Boommarters leven een verborgen leven en daarom is de verspreiding onvoldoende bekend. Losse waarnemingen en verkeerslachtoffers leveren informatie op over de aanwezigheid van boommarters. Daarbij gaat het vaak om trekkende exemplaren. Om meer zekerheid te krijgen, zullen gebieden uitgekamd moeten worden op sporen. In de IJsselmeerpolders ontbreken vaak geschikte boomholtes. Nestkasten en roofvogelhorsten kunnen vervangende nestgelegenheid bieden (bron: VZZ).


Vos Ecologisch Onderzoek heeft in september een inventarisatie uitgevoerd in samenwerking met een ander adviesbureau. Aanwezigheid van de boommarter kon door hen niet vastgesteld worden. Elders in de IJsselmeerpolders kon voortplanting van boommarters wel vastgesteld worden (bron: VZZ). Kolonisatie van andere polderbossen is waarschijnlijk een kwestie van tijd.



Overstromingsgraslanden Lauwersmeer (30-09-2004)

Verzoetende vegetaties in het Lauwersmeergebied

In de nazomer van 2004 heb ik overstromingsgraslanden en duinvalleivegetaties gekarteerd op de Ballastplaat en de Rug in het Lauwersmeergebied. De duinvalleivegetaties worden hier gekenmerkt door de aanwezigheid van knopbies, parnassia en zeegroene zegge. In de overstromingsgraslanden waren vaak nog soorten van brakke en zilte omstandigheden aanwezig, zoals aardbeiklaver en zilte zegge. Daarbinnen waren lager gelegen plekken aanwezig met kortarige zeekraal, gewoon kweldergras, melkkruid en zilte rus. Op de overgang naar kades lagen kamgrasvegetaties. Verder bestonden grote oppervlaktes uit kruipwilg- en duinrietvegetaties.

Op de zuidelijke platen en de Ezumakeeg zijn riet- en rietruigtevegetaties gekarteerd, alsmede  kamgrasweides en overstromingsgraslanden .