Ontwikkeling heide op voormalige landbouwgronden (06-08-2015)

In de afgelopen twee zomers zijn vegetatieopnamen gemaakt in het Dwingelderveld op plekken waar recent de toplaag verwijderd is.

Op voormalige landbouwgronden blijkt de aanwezigheid van het zaad van de doelvegetaties vaak beperkt of niet aanwezig. Hierdoor kunnen deze gronden lang kaal blijven of uiteindelijk dichtgroeien met een niet gewenste vegetatie. In het Dwingelderveld is de oppervlakte ontgrond gebied gigantisch en aan de randen grenst het aan de beoogde vochtige heidevegetaties. Die uitgangssituatie is daarom gunstig. Daarnaast is er direct na het ontgronden plagsel uitgereden waarin de zaden van deze heidevegetaties aanwezig zijn.

[foto Dwingelderveld, zie http://www.vos-eo.nl/upload/Dwingelderveld/Dwingelderveld.JPG, bug wordt binnenkort opgelost]

De foto illustreert dat direct in begrazing nemen een belangrijke maatregel kan zijn om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Links van het raster wordt niet begraasd. In het vochtige zand slaat berk gemakkelijk op. Hoewel grazers niet zo graag berken eten, is het effect van begrazing aan de rechterkant duidelijk zichtbaar.



Vegetatieonderzoek (13-02-2013)

Vegetaties als uitkomst van natuurlijke processen

Het bosklimaat is gematigder dan dat van open gebieden

De vegetatie of plantengroei is een essentieel onderdeel van het ecosysteem. Planten zetten koolstofdioxide en water met behulp van zonlicht om in zuurstof en suikers (primaire productie). Daarmee worden de belangrijkste voorwaarden voor andere levensvormen gecreëerd. Vegetatie heeft ook een klimatologisch effect. Een stad zonder groen is in de zomer warmer en stoffiger dan een stad met veel groen. Bossen hebben een koeler, gematigder klimaat dan gebieden zonder bos.

Overstromingen in de winterperiode

De standplaats is van grote invloed op de vegetatie die zich er ontwikkelt. Klimaat, bodemgesteldheid, water en nutriënten bepalen of er een weelderige of juist een schrale vegetatie ontstaat. Overstroming beïnvloedt de vegetatie doordat de bodem zuurstofloos kan worden, mechanische belasting, afzetten van slib en nutriënten en vorstbescherming in de winter/ minder snel opwarmen in het voorjaar.

Extensieve begrazing leidt tot mozaiekpatronen

Vegetatie kan beschreven worden in termen van biodiversiteit (flora) en structuur. Er bestaan soortenrijke vegetaties en soortenarme vegetaties. Vegetaties hebben een horizontale en een verticale structuur die weinig of juist sterk ontwikkeld is. Begrazing beïnvloedt de vegetatie door afvoer van nutriënten en biomassa, plaatselijk bemesten van de bodem, doorbreken van monotone vegetaties en soms verscherpen, soms verzwakken van grenzen.



Vogeltellingen (21-01-2013)

Vogels van Altena en Lieveren (2012 en 2013)

 

Door jaarrond onderzoek kan men veel te weten komen over de vogels die in een gebied leven. Zo kan er voor een bepaald gebied een soortenlijst worden opgesteld. In het gebied van Altena en Lieveren zijn vanaf 2000 tenminste 130 soorten waargenomen, waarvan 33 soorten van de Rode Lijst.

 

In voorjaar en zomer kan vastgesteld worden welke vogelsoorten een gebied gebruiken om jongen groot te brengen. Eén van de methodes daarvoor is de zogenaamde BMP-methode (broedvogelmonitoringproject). Van de meeste soorten kan met behulp van de BMP-methode het gebruik als broedgebied worden vastgesteld. Sommige soorten leiden een verborgen bestaan, waardoor het lastig is om voldoende waarnemingen te verzamelen die aan de criteria voldoen. Sommige soorten broeden slechts af en toe in het gebied. In 2012 is het gebied geteld volgens de BMP-methode. In totaal zijn er tenminste 82 potentiële broedvogels, waarvan 22 van de Rode Lijst.

 

In het midden van de winter, als er weinig sprake is van trek, kan men een (mid)wintertelling uitvoeren. Daarbij worden de vogels geteld die hier alleen overwinteren en de soorten die het hele jaar aanwezig zijn. Half januari 2012 is het hele gebied geteld, waarbij 42 soorten werden waargenomen. Opvallend was dat wintergasten als Kramsvogel, Koperwiek, Keep en Sijs nagenoeg ontbraken. Een wintertelling is als éénmalige telling gevoelig voor afwijkingen. Zo werden begin februari 2012 met koud winterweer deze soorten juist weer meer waargenomen. Het gebied is arm aan watervogels, maar er zijn altijd bijzonderheden te verwachten in de Grote masloot en het Lieversediep.

 

Een bijzonder soort wintertelling is de tuinvogeltelling. De vogels die in tuinen voorkomen, worden gedurende een half uur geteld. De telling van 2013 levert in het postcodegebied van Altena (9321) de volgende top-10 (n=839) op: Vink, Huismus, Koolmees, Merel, Pimpelmees, Houtduif, Roodborst, Heggemus, Staartmees en Sijs. Wanneer het postcodegebied van Lieveren (9304) erbij zou worden opgeteld, wisselen Huismus en Vink van plek, maar het aantal waargenomen vogels in Lieveren is laag (n=85). Postcodegebied 9496 (Bunne) levert geen resultaten op.

 

Voor een compleet beeld zijn ook waarnemingen uit andere perioden nodig. Voorbeelden zijn watervogeltellingen, slaapplaatstellingen of losse waarnemingen (zonder onderzoeksprotocol).



Berm- en slootkarteringen (20-12-2011)

In het agrarisch landschap concentreren de natuurwaarden zich in de bermen en sloten.

In de laagveengebieden hebben sloten meestal de hoogste natuurwaarden. De sloten staan dan onder invloed van opwellend grondwater. Hierdoor heeft het slootwater een goede kwaliteit en slaat fosfaat (een vermestende stof) neer, waardoor planten het niet meer kunnen opnemen. In Noordwest Overijssel zijn bijvoorbeeld sloten gekarteerd die zeer rijk zijn aan waterplanten, ondanks de intensieve bemesting van de graslanden. Er komen vegetaties voor met Kikkerbeet, Egelskop en Pijlkruid, Smalle en Brede waterpest en soorten van het Waterlelieverbond. Ook grote zeggen komen regelmatig voor. Op sommige plaatsen zijn er brakke invloeden.


Veenreukgras in de Lettelbertpetten (Groningen)
Veenreukgras, een grassoort van de Rode Lijst die relatief vroeg bloeit

Op de hogere zandgronden vallen de sloten en greppels in de zomer meestal droog en is er vaak geen sprake van een slootvegetatie. De bermen zijn dan vaak van meer waarde. De taluds staan bloot aan verdroging en uitspoeling. Hier kunnen (hei)schrale graslandsoorten worden aangetroffen. Veel voorkomend op schrale taluds zijn vegetaties van Biggenkruid en Schapenzuring. Zulke bermen zijn bijvoorbeeld gekarteerd in de omgeving van Coevorden.

Berm met Biggenkruid en Schapenzuring nabij Ommen
Vegetatie met Biggenkruid, Schapenzuring en Smalle weegbree

Een aparte categorie zijn de bermen langs snelwegen en provinciale wegen. Kartering van soorten en vegetaties heeft plaatsgevonden langs de A7, A28, A50, A59 en de N33. De eerste strook langs het asfalt wordt vaak gemaaid en staat onder invloed van pekel, zodat daar een storingsvegetatie met bijvoorbeeld Deens lepelblad voorkomt. Daarnaast ligt een brede zone waar in de meeste gevallen al gedurende langere tijd een verschralend beheer plaatsvindt. Bijzondere flora en vegetaties blijken vooral voor te komen ter hoogte van natuurgebieden. Soms echter kennen ook sloottaluds in een agrarische omgeving bijzondere soorten of vegetaties.



Kartering graslanden van de Waterleidingmaatschappij Drenthe (30-09-2008)

In de zomer zijn graslanden van de Waterleidingmaatschappij Drenthe gekarteerd.
Deze graslanden zijn ingezaaid met bepaalde kruidenmengsels. Veel van de oorspronkelijk ingezaaide soorten zijn nog aanwezig. Voor het grootste deel geldt dat de vegetatie vanaf half juni/ juli wordt gemaaid (en afgevoerd). In een enkel terrein vindt beweiding plaats. Hazen en reeën grazen er in elk geval. Ook zijn er veel sprinkhanen en andere insecten. Op sommige plaatsen domineren grassen het beeld. Maar meestal domineren kruiden en zijn er veel open plekjes, door activiteit van mollen en muizen. Het levert een aantrekkelijk beeld op voor de bezoeker.
Het beheer is gericht op een schrale, bloemrijke vegetatie. Daarnaast of in plaats daarvan kan extensieve begrazing de variatie en dynamiek op kleine schaal versterken. Er kan een slag gemaakt worden wat betreft de kleine fauna, door gefaseerd te maaien en delen niet te maaien.



Singels in Drenthe (05-06-2008)

Singels dragen sterk bij aan de diversiteit van het cultuurlandschap

Vos Ecologisch Onderzoek voert in juni 2008 een kartering uit van houtsingels in Drenthe. De houtsingels varieren in leeftijd en staat van onderhoud. De vraag is welke bijzondere soorten bomen, struiken, kruiden en grassen hier voor komen. Singels hebben als structuren in het landschap vooral ook een belangrijke functie voor dieren. Hoewel er in deze opdracht geen tijd is voor structuurkenmerken en inventarisatie van de fauna, neemt Vos Ecologisch Onderzoek zulke aspecten wel zoveel mogelijk mee in een algemene beschrijving.



Overwinterende vleermuizen in Groningen (16-02-2008)

Overwinterende vleermuizen in Groningen

Groningen is niet zo rijk aan vleermuizen. Dat geldt ook voor overwinteringsplekken. Samen met andere belangstellenden werden verschillende objecten in en rond Groningen geteld. Dikke muren met spleten kunnen een geschikte overwinteringsplek opleveren, doordat de muren vochtig zijn. Gewelven waar grondwater staat, hebben vaak een constant klimaat waarin vleermuizen niet kunnen bevriezen of uitdrogen. Sommige objecten bleken leeg te zijn, terwijl er andere jaren wel vleermuizen zaten.



Bermen in Noord-Brabant (20-08-2007)

Sloten en sloottaluds kansrijk voor beschermde en zeldzame plantensoorten


Vos Ecologisch Onderzoek heeft in augustus onderzoek gedaan op de aanwezigheid van flora- en faunawetsoorten langs verschillende rijkswegen in Noord-Brabant met het oog op het plaatsen van raster voor kleinwild.

Het knooppunt Zonzeel ligt op zeeklei. Het opvallende bij knooppunt Zonzeel is de massale aanwezigheid van Zeegroene rus en Heelblaadjes. Op een plaats stond Zeebies in de sloot. Blijkbaar komt daar brak water aan de oppervlakte.

Bezemkruiskruid komt in Noord-Brabant langs sommige Rijkswegen veel voor

Drie trajecten liggen in het pleistocene deel van Noord-Brabant. Het maakt ontzettend veel uit wat het landgebruik in de omgeving is. In de buurt van intensieve landbouw zijn de bermen sterk verruigd. In de omgeving van natuurgebieden daarentegen komen schrale bermen voor en zijn met name de sloten en sloottaluds kansrijk wat betreft het voorkomen van beschermde en zeldzame soorten.

 



Flora en faunawet quickscan (01-07-2007)

Beschermde soorten ook in wegbermen
Voor Rijkswaterstaat heeft Vos Ecologisch Onderzoek samen met Oord faunatechniek een flora en faunawet quickscan uitgevoerd.

Een inventarisatie van plantensoorten in de bermen langs enkele Rijkswegen geeft antwoord op de vraag of er beschermde plantensoorten voorkomen binnen het bereik van geplande werkzaamheden. Vervolgens wordt advies gegeven welke maatregelen de opdrachtgever moet nemen.

De Kleine ratelaar is een soort van de Rode Lijst

De bermen langs Rijkswegen hebben vaak te lijden door verstoring en verruiging. Toch kunnen ook daar bijzondere vegetaties en plantensoorten voorkomen. Op klei komen bijvoorbeeld bloemrijke vegetaties met Kamgras voor. In schrale bermen op zand kunnen andere Rode-Lijstsoorten voorkomen, zoals Stekelbrem en Kleine ratelaar. Van de Flora en faunawet kan met name op taluds onder Essenbosjes de Gewone vogelmelk aangetroffen worden.