Vogeltellingen (21-01-2013)

Vogels van Altena en Lieveren (2012 en 2013)

 

Door jaarrond onderzoek kan men veel te weten komen over de vogels die in een gebied leven. Zo kan er voor een bepaald gebied een soortenlijst worden opgesteld. In het gebied van Altena en Lieveren zijn vanaf 2000 tenminste 130 soorten waargenomen, waarvan 33 soorten van de Rode Lijst.

 

In voorjaar en zomer kan vastgesteld worden welke vogelsoorten een gebied gebruiken om jongen groot te brengen. Eén van de methodes daarvoor is de zogenaamde BMP-methode (broedvogelmonitoringproject). Van de meeste soorten kan met behulp van de BMP-methode het gebruik als broedgebied worden vastgesteld. Sommige soorten leiden een verborgen bestaan, waardoor het lastig is om voldoende waarnemingen te verzamelen die aan de criteria voldoen. Sommige soorten broeden slechts af en toe in het gebied. In 2012 is het gebied geteld volgens de BMP-methode. In totaal zijn er tenminste 82 potentiële broedvogels, waarvan 22 van de Rode Lijst.

 

In het midden van de winter, als er weinig sprake is van trek, kan men een (mid)wintertelling uitvoeren. Daarbij worden de vogels geteld die hier alleen overwinteren en de soorten die het hele jaar aanwezig zijn. Half januari 2012 is het hele gebied geteld, waarbij 42 soorten werden waargenomen. Opvallend was dat wintergasten als Kramsvogel, Koperwiek, Keep en Sijs nagenoeg ontbraken. Een wintertelling is als éénmalige telling gevoelig voor afwijkingen. Zo werden begin februari 2012 met koud winterweer deze soorten juist weer meer waargenomen. Het gebied is arm aan watervogels, maar er zijn altijd bijzonderheden te verwachten in de Grote masloot en het Lieversediep.

 

Een bijzonder soort wintertelling is de tuinvogeltelling. De vogels die in tuinen voorkomen, worden gedurende een half uur geteld. De telling van 2013 levert in het postcodegebied van Altena (9321) de volgende top-10 (n=839) op: Vink, Huismus, Koolmees, Merel, Pimpelmees, Houtduif, Roodborst, Heggemus, Staartmees en Sijs. Wanneer het postcodegebied van Lieveren (9304) erbij zou worden opgeteld, wisselen Huismus en Vink van plek, maar het aantal waargenomen vogels in Lieveren is laag (n=85). Postcodegebied 9496 (Bunne) levert geen resultaten op.

 

Voor een compleet beeld zijn ook waarnemingen uit andere perioden nodig. Voorbeelden zijn watervogeltellingen, slaapplaatstellingen of losse waarnemingen (zonder onderzoeksprotocol).



Waterbuffel (18-09-2009)

De Waterbuffel (Bubalus bubalis) kan een aanvulling zijn op de huidige grazers in de Europese natuur.
De inzet van runderen en paarden is inmiddels vrij gebruikelijk in het natuurbeheer. Terwijl grazers in het begin vooral ingezet werden als relatief goedkope beheermaatregel voor grote oppervlakken natuur, is er steeds meer aandacht gekomen voor het herstel van natuurlijke populaties van grote zoogdieren.

Zeer natte gebieden zijn ongeschikt voor runderen en paarden. Ze vormen de niche voor Eland, Bever, Nijlpaard en Waterbuffel. Nijlpaard en Waterbuffel zijn als wilde dieren in Europa al 100.000 jaar uitgestorven. Restpopulaties van in het wild levende waterbuffels komen nog in India, Nepal en Zuidoost Azië voor. Waterbuffels zijn vanaf 9000 jaar geleden op verschillende plaatsen gedomesticeerd en werden in Europa tot ver in de middeleeuwen als landbouwhuisdieren ingezet. Het is onhoudbaar om alleen op basis van de huidig bekende verspreidingsgebieden te concluderen dat de Waterbuffel als tropisch geclassificeerd zou moeten worden.



De Waterbuffel hoort net als de Eland en de Bever bij zeer natte gebieden
In Duitsland wordt in tenminste 14 projecten ervaring opgedaan met de Waterbuffel in het natuurbeheer.

Waterbuffels zijn goed bestand tegen lage (winter-)temperaturen. Zelfs bij -20°C wijkt het eet- en herkauwgedrag van de buffel niet af en er kon - in tegenstelling tot (huis)runderen - geen teken van onbehagen, zoals een gekromde lichaamshouding, vastgesteld worden. Hoge temperaturen vormen meer een probleem voor waterbuffels. Net als olifanten, neushoorns en nijlpaarden hebben waterbuffels maar weinig zweetklieren. Daarom zoeken waterbuffels bij hoge temperaturen het water op als afkoelingsmogelijkheid.

In gebieden waar ook publiek komt, zal goed nagedacht moeten worden hoe de Waterbuffel samengaat met publiek. In Duitse projecten zoeken ze sterk het contact op met mensen, wat het verzorgen/ houden van deze dieren sterk vergemakkelijkt. Voor het publiek dat onbekend is met de Waterbuffel kan dit nieuwsgierige gedrag voor onvoorspelbare situaties zorgen. Het is echter goed denkbaar, dat dit probleem samenhangt met de oorsprong van de waterbuffels in de Duitse projecten. Wanneer waterbuffels uit wilde populaties ingezet worden, kan blijken dat deze individuen dit mensgerichte gedrag niet vertonen en zonder reserve ingezet kunnen worden.


Bron: Krawczynski, R., P. Biel & H. Zeigert (2008) Wasserbüffel als Landschaftspfleger. Erfahrungen zum Einsatz in Feuchtgebieten. Naturschutz und Landschafsplanung 40 (5) 133-139.



Overwinterende vleermuizen in Groningen (16-02-2008)

Overwinterende vleermuizen in Groningen

Groningen is niet zo rijk aan vleermuizen. Dat geldt ook voor overwinteringsplekken. Samen met andere belangstellenden werden verschillende objecten in en rond Groningen geteld. Dikke muren met spleten kunnen een geschikte overwinteringsplek opleveren, doordat de muren vochtig zijn. Gewelven waar grondwater staat, hebben vaak een constant klimaat waarin vleermuizen niet kunnen bevriezen of uitdrogen. Sommige objecten bleken leeg te zijn, terwijl er andere jaren wel vleermuizen zaten.



Wild zwijn nog steeds sterk bestreden (14-01-2008)

Wild zwijn nog steeds sterk bestreden

Buiten de Meinweg (Limburg) en de Veluwe komen geen wilde zwijnen voor. Althans, volgens het Nederlandse faunabeleid. Buiten deze gebieden geldt een nulstandbeleid. Dat betekent dat alle wilde zwijnen daar worden afgeschoten.

Het wilde zwijn is een alleseter. Zijn neus is een wroetschijf waarmee hij de bodem omwoelt, op zoek naar voedsel. Daarmee bevordert hij de strooiselvertering en creëert hij geschikte kiemplekken voor allerlei plantensoorten. Hij ontbreekt in de meeste Nederlandse natuurgebieden. Daarmee mist een structuurvormer.

Vanwege zijn werkwijze is hij niet geliefd bij boeren en tuinenbezitters. De afgelopen winter zijn wilde zwijnen op de Veluwe veel in het nieuws geweest. Incidenten worden sterk uitgemeten. Verkeersveiligheid is heilig in Nederland, zolang de overheid de verantwoordelijkheid maar neemt. De angst voor schadeclaims van burgers bepaalt in zulke gevallen het faunabeleid.

Dat de stand zo hoog is, is een gevolg van bijvoeren. De Veluwe mag Nederlands grootste natuurgebied (op land) zijn, met zijn rasters en onnatuurlijk populatiebeheer is de natuurlijkheid maar beperkt. Vanwege de jacht is de zichtbaarheid van wild voor het publiek minimaal.

Ondertussen lopen de wilde zwijnen vanuit Duitsland gewoon ons land binnen. Bestaande en nieuwe natuurgebieden bieden voldoende ruimte voor allerlei groot wild. Behalve het wild zwijn zijn dat bijvoorbeeld edelhert, damhert en op termijn de wisent. Als het nulstandbeleid wordt verlaten, zal er in bijvoorbeeld het Drents-Friese wold al snel een populatie van wilde zwijnen kunnen ontstaan. De aangewezen instanties om dit onderwerp aan de orde te stellen, de natuurbeschermingsorganisaties, blijven tot nu toe angstvallig stil. Terwijl het zien van groot wild juist voor het publiek een belangrijke dimensie van natuurbeleving met zich meebrengt.